Kunst in de wijk

 De schemerlampen brengen sfeer in de wijk

Het is het ultieme symbool van gezelligheid. Niets weegt qua gezelligheid op tegen de schemerlamp, het traditionele middelpunt van de woonkamer. Hoewel de schemerlamp een onderdeel van het interieur is, is de Nederlandse woonkamer bij uitstek het decor waar de zowel geprezen als gehate schemerlamp het beste gedijt.

Schemerlamp
Kunstenaar Ivo van Baar uit Rotterdam komt de eer toe de unieke waarde van de schemerlamp als bron van gezelligheid voor de buitenwereld te hebben ontdekt. Trakteerde hij een paar jaar geleden zijn eigen Rotterdamse wijk Charlois al op een paar schemerlampen, ook de Enschedese wijk Velve-Lindenhof mag zich sinds kort verheugen in de aanwezigheid van een drietal door Van Baar gemaakte outdoor-lichtobjecten in oud-Hollandse stijl. De schemerlamp als symbool van saamhorigheid en familiegevoel.

Velve-Lindenhof Gevoel
Dat ze er gekomen zijn, is te danken aan het initiatief van enkele buurtbewoners. Alleen dat al is een reden om hun aanwezigheid te waarderen. Vooral ’s avonds, als ze hun schemerachtige licht verspreiden, doorbreken ze op een plezierige manier de monotonie van het houten huis dat deze wijk domineert. Een sfeerloos, onbetekenend pleintje wordt dan zo waar feeëriek.  De voorstellingen, uitgespaard in de lampenkappen, stralen dat ook letterlijk uit. Spelende kinderen, een picknicktafel, een kinderwagen. Beelden die de huiselijkheid alleen nog maar versterken.                      

Gezelligheid

Je zou ze als een vorm van humor kunnen zien, deze schemerlampen. Het is ook een buitengewoon grappig tafereel zo opeens in een verder doodstille buurt. De kennelijk breed gevoelde behoefte aan warmte en gezelligheid, uitgedrukt in een schemerlamp: als de lampen van Ivo van Baar ooit dat teweegbrengen wat ze uitstralen, dan wordt het wellicht nog gezellig in Velve-Lindenhof.

DSC_0698

 

Er is zeker nog kunst in Velve-Lindenhof wat een tijd verborgen is geweest.,

Zo is er afgelopen zomer een kunstwerk van Joop Puntman in Lumen herplaatst, wat jaren aan de buitenmuur van de toenmalige kleuterleidstersopleiding (de KLOS) heeft gehangen (daarna zat basisschool “De Kubus” in dit gebouw). Dat gebouw is gesloopt, omdat Lumen daar gebouwd werd. Wij zijn daar zelf een aantal jaren geleden mee bezig geweest, om te zorgen dat het kunstwerk behouden werd (handtekeningenacties in de wijk). De Gemeente heeft afstand gedaan van het werk.4287421

Ondertussen zijn veel mensen heel druk geweest om uit te zoeken wie nu de kunstenaar was. Dat bleek Joop Puntman te zijn.

Informatie kunstwerk

Het kunstwerk is in 1963 geplaatst aan de muur van de klos (kleuter Leidsters Opleidingen School).

Het kunstwerk bestaat uit 5 figuren en twee vogels.

  • Juf metboek:              het voorlezen aan de kinderen
  • Dansende juf:            bewegen met kinderen
  • Juf met hertje:           kennis over de natuur
  • Juf met harp:             muziekles
  • Juf met kinderen:     omgaan met kinderen

Het kunstwerk is zorgvuldig uit de muur gehaald en nu Lumen klaar is en geopend hangt het dus nu in Lumen zelf op de tweede verdieping.

Leven en werk

Puntman studeerde aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem. Hij ging vervolgens aan het werk bij Keramisch Atelier ‘Het Ambacht’ in Haalderen. In het atelier werden vanaf de oprichting in 1947 vazen, schalen en koppen en schotels gedraaid. Later kwamen daar muurplastieken bij; Puntman maakte diverse reliëfs, die veelal werden geplaatst bij scholen. Volgens de database van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie was hij actief tussen ca. 1949 en 1969, maar hij is ook daarna actief werk blijven produceren tot ongeveer 2005, soms in opdracht, soms persoonlijk werk. De laatste jaren neemt zijn productiviteit af in verband met zijn leeftijd en op 12 december 2013 overleed hij te Nijmegen.

 

 

De drie Schikgodinnen aan de Lage Bothofstraat

Frontale foto van het beeld in atelier (archief Pépé Grégoire)
Onthulling van het beeld (uit bedrijfsblad de Mik, geplaatst met toestemming van de stichting Edwina van Heek)
De vroegere fabrieksingang met het beeld (archief Pépé Grégoire)
Close-up van het beeld boven de ingang in 2008 (Slotboom BV)
De kisten met het opgeslagen beeld, bij Slotboom Steenhouwers te Winterswijk 2016 (Marijn Smeehuijzen)

Deel van een bouwtekening voor uitbreiding van weverij Rondweg (Stadsarchief Enschede)
Enkele foto’s van de bouw van de nieuwe weverij (uit bedrijfsblad de Mik, geplaatst met toestemming van de stichting Edwina van Heek)
Luchtfoto van weverij Rondweg (geplaatst met toestemming van de stichting Edwina van Heek)
Interieur van de weverij zaal 108 in 1960 (Stadsarchief Enschede)

De oude weverijgebouwen in gebruik als supermarkt ‘Profimarkt 2000’ (Stadsarchief Enschede)
Het lege terrein waar Rondweg weverij zaal 108 stond in 2016 (foto Tom Niemeijer)

RESIZE-image-bigBron: Stadsarchief Enschede, Stichting Edwina van Heek, Slotboom BV, Tom Niemeijer, Marijn Smeehuijzen, Pépé Grégoire

 

Het verhaal achter deze foto

Opgestapeld achter in een steenhouwersopslag in Winterswijk staan zes vurenhouten kisten. In de kisten liggen drie stenen vrouwfiguren. Ooit hingen ze in Enschede, boven de ingang waar de textielarbeiders van Van Heek & Co. weverijzaal 108 binnengingen. Ook bekend als de Gherzi-hal, en de Nieuwbouw Rondweg. Wie zijn deze figuren, en hoe komen zij hier?

Begin jaren ’50 was een lastige periode voor de directie van Van Heek & Co. Voor de oorlog breidde het bedrijf flink uit in oostelijke richting, langs de spoorlijn Enschede-Gronau. Rondom de fabrieken Transvaal en Oostburg verrees een hele arbeiderswijk. Maar door de wisselende markt zag het bedrijf zich nu voor het eerst gedwongen tot het nemen van leningen. Buitenlandse immigranten vervingen de Enschedese arbeiders, om de binnenlandse stijgende lonen het hoofd te bieden. De directie zinde op maatregelen om de productie te verhogen, zoals automatiseringen en betere scholing van de arbeiders. In 1955 werd het Zürichse Gherzi Textil Organisation ingehuurd om het bedrijf grondig te analyseren. Zij concludeerden dat het productieproces meer gefocust moest worden. Minder transportkosten, meer kwaliteit. De directie besloot te gaan voor een moderne, nieuwe weverij aangebouwd aan de bestaande Rondweg weverij.

De nieuwe weverij zou in twee etappes gebouwd worden. Eerst het oostelijk deel en daarna een stuk westelijk. In samenwerking met de Gherzi-architecten kwam een plan voor gesloten betonkoepel van 5500 vierkante meter. Met akoestisch plafond, kurkisolatie en een luchtverversingsinstallatie met manshoge kokers en ondergrondse luchtsluizen werd het een (relatief) stille, stofvrije werkplek onder volledige klimaatcontrole. Met de ingestelde 3-ploegendienst waren de werknemers minder blij.

Al voor de officiële opening werd er geproduceerd. Oude spinmachines, voornamelijk uit de naastgelegen weverij ‘Rondweg’, waren overgeplaatst. 31 oktober 1957 om vier uur ‘s middags werden alle machines stopgezet, en werd het laatste weeftouw ‘feestelijk versierd met Nederlandse vlaggetjes’ door directeur Helmich Ledeboer aangezet. Er volgde een bescheiden viering met toespraken en bedankjes in de kantine. Er werd de hoop uitgesproken dat snel met de bouw van het tweede deel aangevangen kon worden. Maar zover zou het nooit komen…

Twee weken later waren er opnieuw feestelijkheden. Van Heek & Co bestond honderd jaar! Het eeuwfeest had een somber tintje. Door financiële tegenslagen achtte men het niet verantwoord een uitbundige revue te bekostigen. Alsnog kreeg het bedrijf deze dag het predicaat ‘Koninklijk’ uitgedeeld. Burgemeester Thomassen gaf een gouden legpenning namens de gemeente. Een hoge onderscheiding voor het bedrijf dat Enschede altijd trouw was gebleven. Namens de 3500 personeelsleden onthulden dhr. Veldboer en dhr. Boersma een gipsen beeld. Het betrof een replica van een reliëfbeeld dat boven de ingang van de nieuwe Weverij Rondweg zou komen te hangen.

Maker van het reliëf was de Amsterdamse beeldhouwer Paul Grégoire. Enkele jaren hiervoor had deze professor aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten een reliëf gemaakt voor het ‘Monument op de Dam’ in Amsterdam. Voor de Van Heek weverij zocht hij inspiratie in de Griekse mythologie. De sage van drie schikgodinnen, die als spinsters over het levenslot van de mens beschikken. Hij gaf ze weer als verticale reliëfbeelden, met een horizontale ‘inslag’-balk verwijzend naar het weefselstramien van de textielstoffen.

De figuur links in de reliëfgroep is Clotho, spinster van de levensdraad. Voorzien van spoel en garen creëert zij het leven. Boven haar hoofd een afbeelding die geboorte symboliseert. Naast haar in het midden de weefster Lachesis. Zij wijdt zich toe aan de textuur, kwaliteit en lengte van de levensstof. Ze staat onder een figuur van werkzaamheid. Rechts Atropos, beëindiger van het leven. Gewapend met schaar is deze godin onverbiddelijk. Zij is vergezeld door een illustratie van het sterfproces.
Op de ‘inslag’-balk een aantal afbeeldingen gerelateerd aan de textielindustrie. Het kleden (van de bruid), de wever, het vervoer (de rol stof met de vleugel) en ten slotte het ‘eeuwigdurende’ product (de draperie in het tempeltje).

Het echte beeld werd 15 november 1959 onthuld. Eronder waren de jaartallen van het honderdjarig bestaan ingehakt, de letters VHC (Van Heek & Co) en een kroontje verwijzend naar de nieuwe koninklijke titel. Van Heek’s bedrijfsblad ‘De MIK’ schreef dat allen bij het zien van de kunstschepping “zullen ontdekken dat er naast onze dagelijkse arbeid en de baten daarvan, ook nog andere waarden zijn in het leven, die nimmer onder mogen gaan.”

Nog geen tien jaar later ging het overal in Nederland ging bergafwaarts in de textielindustrie. Van Heek & Co deed er alles aan om te blijven draaien. Maar het mocht niet baten. In 1967 werd begonnen met het overplaatsen van machines van de weverij ‘Rondweg’ naar andere fabrieken. Tegenover de werknemers werden er geen doekjes om gewonden; “U moet er rekening mee houden dat de weverij Rondweg dicht gaat. …Heb geen illusies. Zoek zo snel mogelijk ander werk.” Het was een desastreus jaar. 1700 van de 3700 werknemers ontvingen hun ontslag. Ondanks alle maatregelen en vele miljoenen aan overheidssteun beëindigde Van Heek & Co het jaar daarop al haar productieactiviteiten.

Naastgelegen fabriekscomplexen Transvaal en Oostburg werden in 1977 afgebroken, en het laatste restant van Van Heek & Co liquideerde in 1981. Maar de gebouwen van weverij Rondweg bleven staan. Jarenlang keken de schikgodinnen van Van Heek toe op de Lage Bothofstraat, terwijl de hallen gebruikt werden door onder meer de Kwantum woonwinkel, de Profimarkt 2000 supermarkt en de Zwarte Markt. In 2005 kocht woningcorporatie De Woonplaats de gebouwen, met het idee deze te slopen en de grond te gebruiken voor woningbouw. Nadat de sloopvergunning was aangevraagd bleek echter geen rekening te zijn gehouden met het historische kunstwerk. De Vereniging Familie van Heek en wijkraad Velve-Lindenhof maakten hun zorgen kenbaar en binnen enkele politieke partijen werd de kwestie op de politieke agenda gezet. De woningcorporatie besloot het beeld op te slaan voor latere herplaatsing in de geplande nieuwbouw. In 2009 kreeg het Winterswijks steenhouwersbedrijf Slotboom BV opdracht voor ontmanteling ervan. Het loshakken van de poreuze zandsteen was een delicaat proces van twee weken. Na enkele restauratiewerkzaamheden werd het opgeslagen in hun bedrijf te Winterswijk.

Het gebouw ontworpen door Gherzi zou nog éénmaal gebruikt worden. In 2010 vond er een stadsopera plaats, gewijd aan de herdenking van de vuurwerkramp. Ondertussen is het gesloopt en komt de bebouwing in de rest van de wijk stukje bij beetje dichterbij. Hoelang zal het nog duren, voordat de schikgodinnen de Velve-Lindenhof bewoners weer kunnen herinneren dat er naast hun dagelijkse arbeid en de baten daarvan, ook nog andere waarden zijn in het leven, die nimmer onder mogen gaan?

Tekst: Marijn Smeehuijzen

Leuke site over de geschiedenis van Enschede.

 www.achteruitkijkspiegel.nl